23-06-09

Gevangenis Brugge: PSD-fraude - Open Brief aan Minister De Clerck


declerck.286380

Brussel, 23 juni 2009

Minister van Justitie Stefaan De Clerck
Waterloolaan 115
1000 Brussel

Geachte Heer Minister,

Betreft: zieke gevangenen, overbevolkte gevangenissen, dossier Vervloesem, PSD-fraude

Ik hoop dat u mijn aangetekend schrijven van 5.6.09 en mijn e-mails van 17.6.09 en 22.06.09 in verband met het uitblijven van het door u beloofde onderzoek naar de detentieomstandigheden van de heer Vervloesem van onze vereniging, door de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen, goed hebt ontvangen.
Ik verwijs hierbij naar uw brief van 25 maart 2009 aan de heer Vervloesem met ref. PV71/KL/1523AC.

Ik hoop ook dat u ook de kennis hebt kunnen nemen van de ziektetoestand van de heer Vervloesem en van de lijst met spoedoperaties en spoedopnames betreffende de heer Vervloesem.

Hopelijk hebt u ook een kopie van mijn aangetekend schrijven dd. 19.6.09 aan de heer Varkas van de Psycho Sociale Dienst (PSD) van de gevangenis te Brugge, goed ontvangen waaruit blijkt dat de PSD elke vooruitgang in het dossier van de heer Vervloesem op een systematische manier blokkeert.

Vorige maand wist de PSD te voorkomen dat dokter Proot, hoofdgeneesheer van de gevangenis te Brugge, op de vergadering van het personeelscollege verscheen alwaar hij door Mter Jespers, advocaat van de heer Vervloesem was uitgenodigd.
Op die manier kon dokter Proot geen verslag uitbrengen over de medische toestand van de heer Vervloesem en is er geen letter over diens medische toestand in het rapport van de PSD en het verslag van gevangenisdirectie weer te vinden. Vandaar dat de gevangenisdirectie, welgeteld één dag voor dat de heer Vervloesem opnieuw wegens ernstige hartproblemen in het AZ Sint-Jan te Brugge moest opgenomen worden, over de ganse lijn negatief adviseerde, wat de heer Vervloesem tot wanhoop bracht.

Bedoeling van de PSD is te voorkomen dat uw kabinet en de strafuitvoeringsrechtbank, die morgen, op 23 juni 2009, zitting houdt over de zaak Vervloesem, in het bezit geraken van de gegevens die van levensbelang zijn voor de heer Vervloesem.

Indien de rechter van de strafuitvoeringsrechtbank niet over de juiste gegevens beschikt, komt de heer Vervloesem, die zoals u weet zeer zwaar ziek is, ook niet in aanmerking voor een electronisch toezicht en dergelijke.

De PSD beweerde in het verleden steeds dat het de 'schuld van de geneesheren en dokter Proot was' dat de medische gegevens niet aan het PSD-dossier gevoegd konden worden.
De PSD beweerde dat de geneesheren, waaronder Dr. Proot, haar de gegevens 'niet doorgaven'.

Het is echter juist de PSD geweest die niet wilde dat dokter Proot zou getuigen op het personeelscollege van 7 mei 2009 in verband met de aanvraag van het electronisch toezicht door de heer Vervloesem.

De Werkgroep Morkhoven wist terzake in het bezit te komen van de volgende e-mails:

van: nele.verhenne just.fgov.be
woensdag 29 april 2009 te 10 u.
aan: Varkas Olivier / Tavernier Geert
inzake: Vervloesem Marcel

Beste,

We kregen een schrijven van de advocaat van betrokkene.
Betrokkene dient op 7.5.2009 voor het PC te verschijnen inzake een aanvraag BD en ET.
Betrokkene had graag Dr Proot laten oproepen voor deze zitting.
Wat is jullie advies ?
Kan dit een meerwaarde geven aan het dossier ?

Groeten,

Verhenne Nele
Griffie PCB
Secretaris PC
Legeweg 200, 8200 Brugge

----

Antwoord van de PSD:

E-mail:
van: olivier.varkas just.fgov.be
woensdag 29 april 2009 te 14.37 u.
aan: Verhenne Nele
cc: Tavernier Geert (psycholoog PSD)

Nele,

We hebben geen idee waarom betrokkene dokter Proot wil laten verschijnen. We zien ook niet in welke meerwaarde zijn getuigenis zou kunnen brengen.

MVG
Olivier Varkas
maatschappelijk assistent PSD

---

Mter Jespers, advocaat van de heer Vervloesem, kreeg van Nele Verhenne vervolgens de mededeling dat het 'door de directie niet was toegestaan om dokter Proot op te roepen voor de personeelscollege van 7.5.2009' terwijl de heer Varkas van de PSD dit zelf had beslist.

De heren Varkas en Tavernier gaan zelfs nog een stukje verder in hun bedrog.

Om de rechter van de strafuitvoeringsrechtbank en de Procureur te misleiden, lieten zij niet alleen het medisch dossier over de heer Vervloesem uit hun verslag maar haalden zij er ook alle documenten uit die ten gunste zijn van de heer Vervloesem.
De volgende stukken blijken te ontbreken:
1) de briefwisseling van de heer Vervloesem met de UIA-UFC van professor Cosyns in verband met de aanvraag tot begeleiding. De briefwisseling werd in 2008 opgestart en zowel de verzonden brieven als de antwoorden op deze brieven werden door de heer Vervloesem aan de PSD bezorgd.
2) het antwoord van het UFC waarin men mededeelde dat men 'eerst het PSD-verslag (dat na 8 maanden nog niet was afgeraakt) nodig had'. Afschrift van dit antwoord werd door de heer Vervloesem eveneens aan de PSD bezorgd.
3) het negatief advies van de directie van de gevangenis te Brugge op de diverse verlofaanvragen van de heer Vervloesem.
4) het sociale verslag dat door justitie ten huize van Prinses J. de Croÿ, voor een penitentiair verlof van de heer Vervloesem ten hare huize, werd opgemaakt.
5) de briefwisseling van Wendy Vervloesem (dochter van de heer Vervloesem) en van allerlei andere mensen, met de PSD, DIG en andere diensten.

De PSD hield dus alles uit het verslag wat in het voordeel van de heer Vervloesem zou kunnen pleiten, ook de medische gegevens die een juist beeld geven over diens gezondheidstoestand.

Anderzijds voegde de PSD bijvoorbeeld een vernietigende getuigenis van de genaamde Victor V. aan het dossier toe terwijl de heer Vervloesem voor diens beschuldigingen door de rechter van het hof van beroep te Antwerpen werd vrijgesproken.

Het betreft hier dus een regelrechte dossier-fraude van de PSD met de bedoeling om alle kansen van de heer Vervloesem op een maatschappelijke reintegratie of voorlopige invrijheidstelling op medische gronden te ontnemen.

In een interview dat in het februari-nummer van Just News, het krantje van de federale overheidsdienst Justitie, verscheen, zei u wel, geachte heer minister, dat u zich met de kernopdrachten van justitie, waaronder de rechterlijke organisatie en de strafuitvoering, wil bezighouden.

Dat kan echter niet als u uw politieke verantwoordelijkheid in deze (het beloofde onderzoek naar de detentieomstandigheden van de heer Vervloesem, de frauduleuze werking van de PSD in de gevangenis te Brugge,) niet opneemt.

Ik begrijp dat u, zoals u zegt, zich 'niet wil laten opjagen door de mogelijke fouten die her en der in de gehele gerechtelijke organisatie worden begaan'.
Maar u moet er toch voor zorgen, vind ik, dat de fundamentele werking van justitie door een gebrek aan management niet wordt aangetast.

In afwachting van uw antwoord, teken ik,

hoogachtend,

Jan Boeykens
Voorzitter vzw Werkgroep Morkhoven
Werkgroep Morkhoven vzw-asbl
Faiderstraat 10
1060 Sint-Gillis
nr. 443.439.55
Tel: 0032 (0)2 537 49 97
WerkgroepMorkhoven@gmail.com
postmaster@droitfondamental.eu

http://werkgroep-morkhoven.skynetblogs.be/
http://www.droitfondamental.eu/

 


LINKS:

- Werkgroep Morkhoven Skynet
- Kinderpornonetwerk Zandvoort
- Gerecht Turnhout
- Justitie Turnhout
- Open Brief Procureur-Generaal
- Jacobs Zicot Turnhout
- Onkelinx Turnhout
- Zoé Genot cd-roms Zandvoort
- Hof van Beroep Antwerpen - Vervloesem
- Kinderporno ondergronds
- België in VN-raad voor Mensenrechten
- Droit Fondamental - (French, English, Italian)
- http://pedopitchoun2.blogspace.fr
- Zandvoort case
- Website Morkhoven (English, French, Italian, Dutch)
- 'Rechten Gevangenen' - Europese Ombudsman


Commentaren

'Na zes maanden heb ik nog steeds niemand van de PSD (Psycho Sociale Dienst) gezien'

26-2-07


Hulp en begeleiding zoek in gevangenis

Deze maand werd nog maar eens bevestigd dat er in de gevangenis heel wat mis loopt op het vlak van hulp en begeleiding. Er loopt hier een gevangene rond die voor de tiende keer in tweeëneenhalf jaar gevangen wordt gezet. Ditmaal werd hij opgepakt omdat hij een kerstpakket had gestolen.

In dat pakket zat een broodrooster en een tennisracket. Toen ik hem vroeg wat hij daarmee wou aanvangen, vertelde hij me dat de broodrooster goed paste in zijn keuken. De tennisracket kreeg hij er gratis bij.

Ik waarschuwde hem dat hij dringend moet ophouden met stelen of dat hij anders geïnterneerd zal worden. Maar dat vond hij toch wel moeilijk. Naar eigen zeggen had zijn advocaat hem verteld dat hij snel zou vrijkomen, maar uiteindelijk moet hij vier maanden de cel in.

De man geeft zelf toe dat hij kleptomaan is, maar in de psychiatrische instellingen is hij niet meer welkom. In Munsterbilzen, bijvoorbeeld, werd hij betrapt toen hij samen met een vriendin - die ook in de psychiatrie zat - wilde slapen.

Zijn langste verblijf in de gevangenis was vier maanden, zijn kortste drie dagen. Hij heeft echt wel hulp en begeleiding nodig, maar dat is er niet.

Mij werd ooit ook eens hulp beloofd. Ik zat toen nog in voorarrest. Dat was 2003. Ik heb nog niemand gezien. De PSD (Psychiater - Sociale Dienst) is niet echt een alternatief. Ik vroeg een gesprek aan en er werd me een afspraak later op de week beloofd. Na zes maanden heb ik nog steeds niemand van de PSD gezien. Het verwondert me dan ook niet dat heel wat gevangenen eens vrij snel hervallen.

Link:


Gepost door: Jan Boeykens | 23-06-09

Reageren op dit commentaar

De PSD: mooier voorgesteld dan dat het in werkelijkheid is
Dominiek De Grootte
Maatschappelijk assistent van de PSD in het Penitentiair Complex Brugge


Slachtofferempathie begint met het bekennen van schuld aan de feiten.

Samen met mijn zes collega's van de PSD volg ik de strafuitvoeringsprocedures en de algemene detentiebegeleiding op van een 300-tal gedetineerden.
Onze dienst bestaat uit 4 psychologen en 3 maatschappelijk assistenten, onder wie mezelf.
De PSD is een schakel binnen de gevangeniscontext en heeft vooral als specifieke opdrachten mee te werken aan de psychologische reïntegratie van gedetineerden om 'zoveel mogelijk' recidive te beperken en bij te dragen tot een veilige en humane strafuitvoering.
Dit gebeurt op verschillende manieren.
Door het eerste onthaal... de gedetineerde wegwijs maken doorheen de rechtspleging en de strafuitvoeringsprocedures, helpen bij het oplossen van diverse problemen, informeren, gepast doorverwijzen en ondersteunen.
In feite volgt de PSD elke gedetineerde op vanaf de eerste dag en kan hij steeds voor elke vraag bij ons terecht.
In de begeleiding van een gedetineerde wordt de PSD meer en meer bijgestaan door de trajectbegeleiders van Justitieel Welzijnswerk die een brugfunctie vervullen tussen tussen het aanbod van hulp- en dienstverlening binnen en buiten de gevangenis.

De hoofdtaak van de PSD is advies verlenen doorheen de verschillende strafuitvoeringsmodaliteiten zoals uitgangspermissies, penitentiair verlof, halve vrijheid, electronisch toezicht en halve of voorwaardelijke invrijheidstelling.
Dit advies aan de gevangenisdirectie, de Dienst Individuele Gevallen van het Hoofdbestuur, aan de Commissie Voorwaardelijke Invrijheidstelling of aan de Commissie ter Bescherming van de Maatschappij gebeurt meestal door het opstellen van een psychosociaal verslag. Dit kan beschouwd worden als een verslag over de dader, over de problemen die aanleiding gaven tot de feiten en hoe in de toekomst al dan niet stappen kunnen worden gezet om herval te voorkomen.
Afhankelijk van de ernst van de feiten of van de problematiek wordt er samengewerkt met een psycholoog, die een grondig psychologisch onderzoek kan uitvoeren.
De gedetineerde kan dit adviesverslag lezen.
In de meeste gevallen wordt er constructief en zonder incidenten samengewerkt tussen de PSD en de gedetineerden.
In dossiers die 'vastlopen' door bijvoorbeeld een 'hangende ' zaak of negatief advies, gebeurt het dat de PSD en de lokale gevangenisdirectie kop van jut zijn omdat de gedetineerde hen als verantwoordelijke beschouwt voor zijn aanhoudende detentie.
Maar meestal blijven we ook in moeilijke dossiers zoeken naar mogelijkheden om hen alsnog doorheen de vele strafuitvoeringsprocedures te loodsen.
De gedetineerde moet tenslotte de PSD 'passeren' bij elk scharniermoment in de detentie, zoals uitgangspermissie, penitentiair verlof, voorwaardelijke invrijheidstelling et cetera.

Gedetineerden kunnen altijd een onderhoud aanvragen met iemand van de PSD.
Meestal gebeurt dit via een rapportbriefje en als het enigszins kan volgt er dan zo snel mogelijk een gesprek. Een echte 24-uurpermanentie is voor onze dienst niet relevant en is er dus ook niet.
Als er zich echt acute noodsituaties voordoen, wordt er eerst door het penitentiaire personeel gezorgd dat de veiligheid van de persoon en de instelling wordt gewaarborgd.
In de regel worden we 's anderdaags op de hoogte gebracht van het incident met de vraag om dan al dan niet op te treden.
Er is wel medische permanentie die op elk ogenblik kan optreden.
Indien nodig wordt de vaste PSD-begeleider van iemand in een crisissituatie daags nadien ingelicht.
Acute noodsituaties, waarin gedetineerden onmiddellijk beroep wensen te doen op een medewerker van onze dienst, doen zich zelden voor.
De PSD is eerder de actor die het in de dagen na het incident zal bespreken met de gedetineerde.

Gepost door: Jan Boeykens | 23-06-09

Reageren op dit commentaar

Minister De Clerck blijft in gebreke (1) Drie maanden geleden schreef Minister van Justitie Stefaan De Clerck dat hij de detentieomstandigheden van Marcel Vervloesem die ernstig ziek is en meer dan 20 operaties en spoedopnames kende (waarvan 6 tijdens zijn 9 maanden durende opsluiting in de gevangenis), door de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen zou laten onderzoeken.
Daar kwam echter niets van en de Minister antwoordt zelfs niet op de brieven waarin hij aan zijn belofte herinnerd wordt.
Op die manier blokkeert de Minister met de Psycho Sociale Dienst van de gevangenis van Brugge (PSD) die zelfs stukken uit het dossier van Marcel Vervloesem doet verdwijnen (zonder dat de Minister natuurlijk optreedt) elke oplossing.

Al de mooie woorden van de Minister over een 'menselijke justitie', over een 'gevangenisstructuur in humane omstandigheden' en over een 'reïntegratiebeleid' voor gevangenen lijken niet meer dan mooigekleurde zeepbellen te zijn en de gedetineerden en hun familie worden het slachtoffer van deze bedriegelijke politiek.

---------------------

De Commissies van Toezicht (die niet bestaan) en de Centrale Toezichtsraad

Inleiding


De Commissies van Toezicht en de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen werden opgericht door het K.B. van 4 april 2003 tot wijziging van het K.B. van 21 mei 1965 houdende algemeen reglement van de strafinrichtingen. Het behoort tot de opdracht van deze organen om toezicht te houden op de bejegening van de gedetineerden en de naleving van de ter zake geldende voorschriften. Het betreft een onafhankelijk toezicht ten opzichte van de penitentiaire administratie. Dit betekent niet dat de toezichtorganen zich actief mengen in het lokaal of centraal beleid. Wel dienen waarnemingen gerapporteerd te worden aan de minister van Justitie en het federaal Parlement en worden adviezen geformuleerd over penitentiaire aangelegenheden.


De leden van de Commissies van Toezicht zijn zodoende bevoorrechte waarnemers van het gevangeniswezen. Door hun opdrachten dragen zij bij tot een betere werking van de gevangenissen. Belangrijke voorvallen en incidenten die zich voordoen in de inrichting waaraan zij verbonden zijn en die mogelijk wijzen op een slechte werking van de inrichting worden niet alleen geïdentificeerd en geïnventariseerd. Steeds wordt er, in overleg met de directie, de centrale administratie en de Centrale Raad, naar een oplossing gezocht. Hierbij vertrekken de commissieleden vanuit de opvatting dat elke mens uniek is en respect verdient voor zijn waardigheid en voor de uitoefening van zijn rechten, dat niemand kan herleid worden tot de daden die hij heeft gesteld en dat iedere samenleving moet zorgen voor een maximaal welzijn van al haar leden.


Het K.B. van 4 april 2003 stelt dat bij elke gevangenis, zowel arresthuizen als strafinrichtingen, een Commissie Van Toezicht dient opgericht. Elke Commissie dient minimaal zes en maximaal tien leden te tellen, waaronder ten minste één magistraat, één advocaat en één arts. Zij zijn benoemd voor een periode van vier jaar.


Tot op heden is er in elke gevangenis een Commissie van Toezicht opgericht, met uitzondering van de ‘Instelling voor Sociaal Verweer’ te Paifve. Ook in de gevangenis van Aarlen is geen Commissie actief: het toezicht in Aarlen combineren met de toezichtsopdracht in de gevangenis van Namen blijkt voor één en dezelfde Commissie niet haalbaar. Er kan eveneens de vraag gesteld of er geen nood is aan de oprichting van een commissie van toezicht in de gesloten jeugdinstelling te Everberg.


Zoals verder in dit rapport blijkt, kampen de Commissies van Toezicht met heel wat werkingsproblemen toe te schrijven aan een gebrek aan omkadering. Tot op heden functioneren zij op louter vrijwillige basis. Dit gegeven maakt het erg moeilijk om in alle inrichtingen tot de installatie van een voltallige, actieve Commissie te komen. Deze problematiek werd reeds in het jaarrapport 2005 aangekaart. Tot op heden werden hierop echter geen afdoend antwoord gegeven.


In dit kader dient vermeld dat de Basiswet Gevangeniswezen aankondigt dat, eens het beklagrecht voor gedetineerden in werking is getreden, in de schoot van elke Commissies van Toezicht een formele Klachtencommissie zal moeten worden opgericht. Deze zal de rol van formele klachtencommissie opnemen. In de schoot van de Centrale Raad zal een Beroepscommissie worden opgericht. Dit vooruitzicht, met name de oriëntering van de Commissies en Centrale Raad naar een formele rechtscolleges, zet de nood aan professionalisering en een betere omkadering van deze organen nog meer in het licht.

Hoofdstuk 1: Werking van de Commissies van Toezicht

1. Vergaderingen: Frequentie en belangrijke agendapunten
De Commissies van Toezicht vergaderen minimum één keer per maand. Gedurende deze vergaderingen wordt voornamelijk aandacht besteed aan het functioneren van de Commissie, de bevoegdheden, het penitentiair beleid en de ontvangen klachten. Eveneens wordt aandacht besteed aan actuele onderwerpen hetzij van feitelijke, hetzij van juridische aard zoals bijvoorbeeld de drugproblematiek, het geweld, het aantal zelfmoorden en dergelijke meer.

Daarnaast wordt in vele Commissies kennis gemaakt met andere actoren die binnen de gevangeniswereld werkzaam zijn.


2. Werking maandcommissaris
Elke Commissie duidt maandelijks een ‘maandcommissaris’ aan1. Het behoort tot de taak van de maandcommissaris om erop toe te zien dat het welzijn van de opgesloten personen in acht wordt genomen.

Deze maandcommissaris bezoekt in principe wekelijks de gevangenis en heeft daarbij aandacht voor de brieven en klachten van gedetineerden. Tevens bezoekt hij de personen die zich in de strafcel bevinden, maakt hij een rondgang in de inrichting en controleert hij specifieke aspecten binnen de inrichting zoals de hygiëne in de keuken, nazicht en netheid van het sanitair, brandveiligheid, veiligheid in de werkhuizen, het verloop van de nieuwe disciplinaire procedure en dergelijke meer. Wanneer de klachten eerder structurele problemen betreffen, zal de maandcommissaris zo veel mogelijk gegevens verzamelen om de Commissie op de eerstvolgende vergadering grondig in te lichten.

Het verslag van al deze verrichtingen wordt tijdens de maandelijkse vergadering voorgebracht en besproken. De vergadering beslist nadien welk gevolg dient te worden voorbehouden aan de individuele klachten. Aan de betrokken gedetineerden wordt, indien nodig, steeds schriftelijk het gevolg meegedeeld dat aan hun klachten en/of probleem werd gegeven.

Gelet op het groot aantal gedetineerden, het vrijwilligersstatuut van alle commissieleden en hun drukke beroepsbezigheden, is het volgens de Commissie te Brugge echter niet haalbaar om de gevangenis wekelijks te laten bezoeken door een maandcommissaris. Dit wekelijks bezoek lijkt ook in de gevangenis te Antwerpen moeilijk vol te houden wegens de serieuze onderbezetting van deze Commissie. De Commissies van Nijvel, Ittre en Jamioulx melden dat er maandelijks met twee maandcommissarissen wordt gewerkt.


3. Samenwerking gevangenisdirectie – Commissie
Uit de jaarverslagen blijkt dat de samenwerking tussen de Commissies en de gevangenisdirecties ook in het jaar 2006 over het algemeen vlot is verlopen. De meeste Commissies vermelden dat hun voorzitter maandelijks door de directeur wordt ontvangen. Tijdens deze vergadering haalt de voorzitter de verslagen aan die door de commissarissen zijn opgesteld en vraagt hij verduidelijkingen aan de directie over de vermelde punten of worden ontvangen klachten met hem besproken. Daarenboven bestaat de mogelijkheid om gerichte vragen te stellen en belangrijk nieuws te vernemen. De gevangenisdirectie neemt indien nodig de nodige stappen om een probleem onmiddellijk op te lossen (indien deze niet van structurele of budgettaire aard zijn).

Sommige gevangenisdirecties stellen daarenboven een vergaderzaal ter beschikking in de gevangenis zelf (Antwerpen, Brugge, Sint-Gillis, Ieper…).


De samenwerking met de gevangenisdirectie te Merksplas daarentegen leek enige tijd verzuurd. Voornamelijk ten gevolge de heisa en de persaandacht eind 2006 naar aanleiding van klachten die de Commissie ontving over mishandelingen en onregelmatigheden in deze strafinrichting, was het de ervaring van de commissieleden dat zij niet altijd de volledige en juiste informatie kregen die werd gevraagd.


Ook de Commissie te Gent betreurt dat zij zelden spontaan op de hoogte werd gesteld van informatie die haar aanbelangt. De samenwerking verloopt enkel retroactief naar aanleiding van bepaalde vragen of klachten.


4. Samenwerking met het administratief, medisch en psychosociaal personeel
Voor wat betreft de samenwerking tussen de Commissie en het administratief, medisch en psychosociaal personeel melden de meeste Commissies van Toezicht dat deze niet systematisch, maar wel op een vlotte en constructieve manier verloopt.

Vooral de Commissie te Verviers meldt ons evenwel een zwakke samenwerking:

« Pour ce qui concerne la collaboration avec le personnel administratif (y compris les agents) la Commission de Verviers nous informe une très bonne collaboration avec certains. Mais, une attitude de méfiance (voir boycott) de la part d’autres, ceux-là meme qui sont opposés à toute forme d’évolution ou de changements et qui sont souvent aussi à la base de mouvements de mécontentement et qui constituent en outre un noyeau dur gangrenant les bonnes volontés.

Avec le personnel médical, la commission nous informe d’une collaboration faible et équivoque ».

De Commissie te Gent ondervindt meer problemen in de samenwerking met de psychosociale diensten: “Met de PSD daarentegen is geen samenwerking aangezien de directie beslist heeft geen rechtstreekse communicatie toe te laten met de PSD. Vragen aan de PSD moeten via de directie gesteld worden.”

Gepost door: Jan Boeykens | 23-06-09

Reageren op dit commentaar

Minister De Clerck blijft in gebreke (2) Drie maanden geleden schreef Minister van Justitie Stefaan De Clerck dat hij de detentieomstandigheden van Marcel Vervloesem die ernstig ziek is en meer dan 20 operaties en spoedopnames kende (waarvan 6 tijdens zijn 9 maanden durende opsluiting in de gevangenis), door de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen zou laten onderzoeken.
Daar kwam echter niets van en de Minister antwoordt zelfs niet op de brieven waarin hij aan zijn belofte herinnerd wordt.
Op die manier blokkeert de Minister met de Psycho Sociale Dienst van de gevangenis van Brugge (PSD) die zelfs stukken uit het dossier van Marcel Vervloesem doet verdwijnen (zonder dat de Minister natuurlijk optreedt) elke oplossing.

Al de mooie woorden van de Minister over een 'menselijke justitie', over een 'gevangenisstructuur in humane omstandigheden' en over een 'reïntegratiebeleid' voor gevangenen lijken niet meer dan mooigekleurde zeepbellen te zijn en de gedetineerden en hun familie worden het slachtoffer van deze bedriegelijke politiek.

---------------------

5. Samenwerking tussen de Commissies en externe diensten
Op vele plaatsen is er overleg of samenwerking tussen de Commissie van Toezicht en de dienst Justitieel Welzijnswerk uitgebouwd.

De Commissie van Hasselt startte in het jaar 2006 met de samenwerking met externe diensten, net zoals de Commissies te Antwerpen, Gent en Mechelen die contact opnamen met het Justitieel Welzijnswerk.

De Commissie te Nijvel meldt dat er contacten zijn met de vzw ‘la Touline’ (Service d'Aide aux Détenus).


6. Werkingsmiddelen
De Commissies van Toezicht evenals de Centrale Toezichtsraad betreuren ten zeerste dat er ook in het jaar 2006 geen minimaal werkingsbudget (voor telefonie, papier, postzegels…) werd voorzien. Elk lid van de Commissies en Centrale Raad draagt zelf de kosten die hij of zij maakt voor de uitvoering van de opdracht.

De bevoegdheden van de Commissies en de taken voor de leden krijgen een steeds grotere omvang doch, daar wordt anderzijds geen honorering voor voorzien. Nog steeds wordt met andere woorden te veel vrijwilligheid verwacht vanwege de commissieleden waardoor het niet evident is om nieuwe leden te rekruteren.

Daarenboven rijst de vraag naar de verzekering van de leden van de Commissies en de Centrale Toezichtsraad. Immers, tot op de dag van vandaag zijn deze leden niet verzekerd voor de taken en bevoegdheden die ze in het kader van hun benoeming uitvoeren.

Voor wat betreft de zitpenningen van de secretarissen is er wel beterschap opgetreden aangezien de betalingsachterstand tot en met het jaar 2006 werd weggewerkt. De terugbetaling van de verplaatsingsvergoedingen van de commissieleden daarentegen verliep chaotischer en onregelmatiger. Nog steeds werden commissieleden die hun aanvraag hebben ingediend niet uitbetaald.

Het is onontbeerlijk dat er voor de leden wordt voorzien in een redelijke onkostenvergoeding (zitpenning). Wanneer voldoende financiële en materiële middelen worden ter beschikking gesteld, zal ook de zoektocht naar voldoende leden vergemakkelijken.

Reeds een positief vooruitzicht is evenwel de belofte vanwege het kabinet van de minister van justitie om aan alle Commissies een laptop en een printer ter beschikking te stellen.


7. Vormingsmogelijkheden
Ook voor wat betreft de vormingsmogelijkheden werd door de bevoegde minister van justitie nog geen budgetten vrij gemaakt die het voor de commissieleden mogelijk maken om zich voor vormingen in te schrijven. Wenst men met andere woorden een vorming of studiedag bij te wonen, zijn de leden op eigen initiatief aangewezen en dragen ze hiervoor zelf voor 100% de kosten.

Nieuwe regelgeving wordt wel steeds aan de voorzitters van de Commissies kenbaar gemaakt vanuit het Directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen en vanwege de Centrale Toezichtsraad. Maar, met het oog op de tenuitvoerlegging van de wet Dupont en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten, werd nog steeds niet voorzien in een noodzakelijke vorming voor de commissieleden.


8. Door de Commissies van Toezicht ontvangen klachten


Tabel 1: aantal klachten ontvangen door de Commissies van Toezicht

Commissie van Toezicht Aantal ontvangen klachten in 2006
Oudernaarde 14
Dendermonde 40
Turnhout 22
Merksplas 98
Antwerpen 100
Brugge 1822
Hasselt 152
Gent 90
Mechelen 34
Wortel 24
Hoogstraten 0
Doornik 198
Nijvel 50
Verviers 150 à 200
Vorst-Berkendael 0 tot 8 per maand


Zoals kan vastgesteld in voorgaande tabel is het aantal klachten dat door de verschillende Commissies van Toezicht in 2006 werd behandeld zeer uiteenlopend; variërend van geen ontvangen klachten tot een 200-tal.

In Dendermonde is een aanzienlijke stijging in het aantal ontvangen klachten gerapporteerd (in 2005 werden door deze Commissie slechts 7 schriftelijke en enkele mondelinge klachten ontvangen).

Van de Commissies die niet zijn opgenomen in voorgaande tabel ontving de Centrale Toezichtsraad geen cijfergegevens.

De behandelde klachten zijn zeer divers. In bijlage 2 is een overzicht opgenomen van de belangrijkste klachten die per Commissie werden ontvangen. Het is evenwel betreurenswaardig te moeten vaststellen dat de meeste klachten, net zoals in 2005, nog steeds betrekking hebben op:

- De concrete leefomstandigheden van de gedetineerden ten gevolge van de problematische overbevolking die gedurende de laatste zeven jaren is blijven stijgen tot zelfs 9.635 gedetineerden. Dit terwijl de voorziene gevangeniscapaciteit slechts 8.492 plaatsen bedraagt.
Deze overbevolking, gekoppeld aan de veelal verouderde infrastructuur, zorgt dan ook vaak voor moeilijke leefomstandigheden voor de gedetineerden en moeilijke werkomstandigheden voor het personeel (cf. de geregelde rellen alsook stakingen bij het personeel)

- De hygiëne en kwaliteit van de kleding
Meerdere gedetineerden klaagden ook in 2006 over te weinig kledij, kledij in slechte staat, onaangepaste kledij of kledij die onvoldoende snel ververst wordt.
In Merksplas hadden enkele klachten ook betrekking op de infrastructuur en hygiëne in de gevangenis (schimmelvorming, externe bediening van het licht,…),

- Het gebrek aan werk voor de gedetineerden
Een voldoende werkaanbod is nochtans essentieel voor de sociale rehabilitatie van de gedetineerde. Het is dan ook wenselijk dat op het centraal niveau, desgevallend in samenwerking met de gewestelijke overheid, afdoende oplossingen worden gevonden om het werkaanbod binnen de gevangenissen uit te breiden.

- De kwaliteit van de medische en psychologische dienstverlening
Een opvallende vaststelling is dat bijna alle Commissies melding maken van het groot aantal klachten dat betrekking heeft op de werking van de psychosociale en medische dienst. De personeelskaders van de medische en psychosociale diensten (verplegers, psychologen, maatschappelijk assistenten,….) zijn onderbezet waardoor deze diensten onder zeer grote druk moeten werken. Dit laat zich voelen bij de behandeling en voorbereiding van allerhande dossiers welke bij gebrek aan personeel soms onredelijk lang op zich laten wachten.
Gedetineerden moeten daarenboven steeds rekening houden met lange wachtlijsten wanneer het gaat om contactnamen voor medische zorgen of contactnamen met de psychosociale dienst. De organisatie van andere nuttige en noodzakelijke activiteiten voor de gedetineerden komt hierdoor in het gedrang. Het is dan ook aangewezen dat de verantwoordelijke overheden er een prioriteit van maken om de personeelskaders verder in te vullen, desgevallend uit te breiden, zodat de werkdruk voor de diverse personeelsleden draaglijker wordt en de dossiers binnen een redelijke termijn kunnen worden afgewerkt.

- De toepassing van tuchtsancties
Er werden verschillende klachten geuit met betrekking tot de toepassing van tuchtsancties. In de meeste gevallen had de klacht betrekking op de disproportionaliteit van de sanctie.

- Het voedsel en de voedselbedeling
Andere vaak wederkerende klachten hadden voornamelijk betrekking op het voedsel en de voedselbedeling.

- Het gebrek aan informatie
Een behoorlijk aantal contactnemingen vanwege gedetineerden had eveneens tot doel de hulp in te roepen van de Commissie met het oog op het bekomen van informatie. De Commissie van Gent stelt in haar jaarverslag dat de meeste klachten of vragen het gevolg lijken te zijn van een gebrek aan transparantie bij de besluitvorming ten aanzien van de gedetineerden. Gedetineerden weten niet altijd wanneer een bepaalde beslissing tegen hen werd genomen waardoor ze zich steeds meer naar de Commissie van Toezicht richten indien ze meer informatie wensen te ontvangen over het bezoek, het intrekken van voorwaardelijke invrijheidstelling of voorlopige invrijheidstelling, het toegepaste regime en de reden daarvan, de tucht, de transfers en dergelijke meer.
Communicatie blijft net zoals in 2005 met andere woorden een belangrijk werkpunt binnen de verschillende penitentiaire instellingen. Genomen beslissingen ten aanzien van gedetineerden dienen duidelijker te worden gemotiveerd.


http://www.just.fgov.be/nl_htm/organisation/html_org_rechtscolleges/centrale_toezichtsraad_rapport_2006.doc.






Gepost door: Jan Boeykens | 23-06-09

Reageren op dit commentaar

Minister De Clerck blijft in gebreke (3)

'Voor 100 vrouwen zijn er hier ook maar 2 PSD’s beschikbaar. Wij vragen een grondige doorlichting v/d PSD’s en meer professionele mensen. Hetgeen waar wij nu mee opgezadeld zitten van PSD’s, daar hebben wij geen boodschap aan. Wij stellen voor dat zij eerst gaan studeren, alvorens over ons verslagen te maken.'

°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°

Stemmen van achter de muren: vrouwen vanuit het Penitentiair Complex Brugge
samenwerking van verscheidene vrouwen uit het Penitentiair Centrum Brugge
3 maart 2008

Op vraag en met samenwerking van verscheidene vrouwen uit het Penitentiair Centrum Brugge werd deze tekst opgesteld en gepubliceerd. Het gevangeniswezen is een zeer gesloten iets, letterlijk en figuurlijk... Kritiek over de leefomstandigheden wordt vlug de grond in geboord, onder het mom van "Gedetineerden hebben geen rechten en moeten hun bek houden, ze zitten niet voor niets in de gevangenis". Terwijl gedetineerden ook mensen zijn en even veel recht hebben om hun stem te laten horen... of 'het beleid' dit nu wil of niet. Dat het in de gevangenissen scheef loopt, weet iedereen. Hoe scheef het loopt, daar mag de lezer zijn mening over vormen...


Collectieve klacht van de gedetineerden van de vrouwen- afdeling Penitentiair Complex Brugge

Met deze collectieve klacht, getoetst aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, inzake mensenrechten en gedetineerden, wensen wij enkele punten aan het licht te brengen.

De aangehaalde punten, zijn zaken waar wij dagelijks mee geconfronteerd worden binnen de gevangenismuren.


Werk:
Als gedetineerde kan men werken binnen de gevangenismuren, doch kan men ons daar niet toe verplichten. Wat wij wensen op te merken is dat ons loon niet evenredig is aan de arbeid die verricht wordt.

In het werkhuis waar bestellingen van buiten worden afgewerkt, betalen de leverende bedrijven wel goed, maar wordt slechts 50% van het loon uitbetaald.

Tot voor kort werd er geld van ons afgehouden in de vorm van de zogenaamde reserve (10%). Deze verdween in de zakken van het PCB dat op de geïnde gelden winst maakte in de vorm van intresten.

Ook in andere gevangenissen was dit niet anders. Verschillende gedetineerden dienden klacht in en spanden een rechtszaak aan en wonnen deze ook.

Wij vragen een volledige uitbetaling van ons loon, niet dat een gevangenis haar positie misbruikt, om winst te maken op onze geleverde arbeid.

Het Europese hof impliceert o.m. dat het nastreven van financieel profijt (het gebruik van gedetineerden als goedkope arbeidskrachten) niet het enige doel mag zijn van de gevangenisarbeid, en dat aan gedetineerden zinvol werk ter beschikking moet worden gesteld.
Vooralsnog kan enkel maar verhoopt worden, dat het Hof verder gaat op de ingeslagen weg zodat de exceptie uit het art.4.3a E.V.R.M. verder evolueert naar een positieve waarborgsom voor gedetineerden.

Het CESCR heeft er bijvoorbeeld op aangedrongen dat het loonsniveau en de mate van sociale welvaart van bij privé–werkgevers tewerkgestelde gevangenen verhoogd wordt, in overeenstemming met een eerdere aanbeveling van het CESCR.

De UN Standard Minimum Rules 1955, gaan ook uit van volgende stelling: ”De belangen van de gevangenen en hun beroepsvorming mogen niet onderschikt worden aan een winstoogmerk van de instelling.” In de basiswet hebben gedetineerden het subjectieve recht om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid.

Inzake verloning ging het voorstel basiswet aanvankelijk duidelijk verder dan het bepalen dat inkomsten uit arbeid schijnbaar (ongeacht of die voor de overheid dan wel voor een privé- werkgever geleverd wordt) zoveel mogelijk moesten overeenstemmen met die in de buitenwereld voor gelijkaardige activiteiten.

De bepaling is echter door de Commissie Justitie van de Kamer geschrapt. In het eindverslag staat wel te lezen dat er gepleit wordt voor een complete herziening van het statuut inzake sociale zekerheid van gevangenen. Artikel 83§ 1 van de basiswet vereist bovendien dat de tevredenstelling van de gedetineerden in de gevangenis geschiedt in omstandigheden die zoveel mogelijk overeenstemmen met die in de vrije samenleving.

Voor zover met deze omstandigheden ook de materiële arbeidsomstandigheden en de arbeids-sociaalrechtelijke positie van de gedetineerden bedoeld wordt, zou hieruit afgeleid kunnen worden dat krachtens het normaliseringprincipe dezelfde arbeidsvoorwaarden in dat geval moeten gelden als in de vrije samenleving.


Privacy:
Regelmatig hebben wij hier te maken met schendingen van onze privacy, meer bepaald door celfouilles waar alles in rommel achterblijft en het lezen van brieven waar voor ons dan weer een schending van ons briefgeheim wordt gevormd. De Belgische reglementering tot bescherming van de privacy stelt dat in de penitentiaire reglementering hier weinig aandacht aan besteed wordt.

Zij bevatten slechts enkele verspreide bepalingen inzake fouillering en celinspectie (met name art.179, art.183-184 en art.214.A.I.). De A.I. kent twee soorten celonderzoek van de cel van de als gevaarlijk aangeschreven gedetineerden (art.183-184 A.I.).

Enige waarborgen tegen eventueel misbruik zijn niet voorzien:
”Wij als gedetineerde hebben niet het recht om aanwezig te zijn, er staan geen beperkingen op het controlerecht en de tussenkomst van de directeur is niet steeds vereist.”

Enkel de “regiecirculaire van 5 maart 1975” heeft aandacht voor privacyproblemen. Hierin vraagt de Directeur Generaal van het Bestuur Strafinrichtingen “ervoor te waken dat na de uitvoering van een celonderzoek, al het geen er zich bevindt, terug in zijn oorspronkelijke staat van orde wordt gebracht“.

Tevens wordt eraan herinnerd, dat het lezen van brieven die in de cel worden aangetroffen, verboden is.

Merkwaardig genoeg komt een latere circulaire uit 1986 hierop terug: in deze circulaire is bepaald dat de brieven die niet voor verzending zijn aangeboden, en die bij gelegenheid van een celinspectie gesloten worden aangetroffen, geopend mogen worden, buiten onze de aanwezigheid.

Vanzelfsprekend moeten ook dergelijke inmengingen in het privé-leven niet per circulaire, maar op zijn minst in de penitentiaire reglementen worden geregeld. Artikel 20 A.R. stelt een “controle” in op de briefwisseling, die in overeenstemming met art. 21 A.R. een “uitsluitend penitentiair karakter" heeft. Wat deze term precies betekent, wordt in het ongewisse gelaten.

De circulaire van 9 juni 1986 preciseert dat de controle, het behouden van orde en veiligheid tot doel moet hebben. Wellicht wordt bedoeld, dat enkel de omslag op verboden voorwerpen wordt gecontroleerd, en niet de inhoud van het geschrift, maar wij hebben geen enkele garantie dat onze brieven niet gelezen worden.

Wij weten trouwens dat dit systematisch gebeurt op het planton en dat sommige brieven zelfs worden gekopieerd. Dit vinden wij een grove schending van ons briefgeheim.

Recentelijk werden er door beambten tijdens een celfouille trouwens brieven gelezen en doorgepeeld naar de directrice mevr. Tyssebaert. Hierop werden 2 gedetineerden uit elkaar gezet (op verschillende sectie’s geplaatst) omdat men er vanuit ging dat zij een liefdesrelatie hadden.

Beide gedetineerden beriepen zich op het briefgeheim en de privacy, maar werden dus door misbruik voor gedongen feiten geplaatst. Normalerwijze mogen brieven enkel geopend worden, of gelezen, in het bijzijn van ons en de directeur/directrice. Hier wordt echter door directieleden misbruik van gemaakt.

Wij vragen dan ook en duidelijkere reglementering, vastgelegd in circulaires of in het Algemeen Reglement van de strafinrichtingen, zodat dit soort misbruik in de toekomst niet meer mogelijk is.


Verspreiden van informatie:
Nog één van de punten waarmee wij geconfronteerd worden: de omzendbrieven, die voor ons zeer belangrijke informatie bevatten over gewijzigde wetten… Wij stellen vast dat deze ons niet bekend worden gemaakt, hoewel deze van cruciaal belang zijn om hier binnen de gevangenismuren onze rechten te kunnen verdedigen. Deze omzendbrieven verschijnen wel in het bulletin der strafinrichtingen, waar wij als gedetineerden inzage in kunnen verkrijgen, maar dit gegeven is zelfs bij penitentiaire beambten vaak onbekend.

Als wij toch verwijzen naar bepaalde omzendbrieven, krijgen wij als respons door directie en PSD volgende laconieke antwoord: “wij beschikken over genoeg achterpoortjes”. Dit houdt dus in dat directie en PSD zich niet houden aan wettelijke regels, vastgelegd door de Minister van Justitie.

Zo is er de omzendbrief met betrekking op de V.I. (nu Strafuitvoeringsrechtbanken) en de wettelijke herhaling in onze handen gekomen, waardoor een heel deel van ons zo maar liefst 5 jaar van hun straf zien afgaan, maar het verspreiden van deze omzendbrief, binnen de gevangenismuren, wordt ons dan niet in dank afgenomen door de PSD en directieleden, terwijl het toch om onze rechten gaat?

Artikel 10 van het EVRM waarborgt het recht om inlichtingen en informatie te verspreiden, en het recht op toegang tot informatie.
Het door een bestuurlijke overheid preventief verbod opleggen tot verspreiding van deze publicaties (omzendbrieven), is strijdig met de Grondwettelijke waarborgen van artikel 19 en 25 van de Belgische Grondwet .

De European Prison Rules stellen het volgende: ”Elke gedetineerde heeft in overeenstemming met art.41 recht op informatie over zijn rechten en plichten“.

Dit recht vormt inderdaad één van de 3 basispijlers van een behoorlijke rechtspositie en het belang ervan kan dan ook niet genoeg worden onderstreept. Zonder adequate informatie over onze rechten is de uitoefening van alle andere rechten quasi onmogelijk.

Wat de toegankelijkheid van omzendbrieven en circulaires betreft hoeft men zich dus geen illusies te maken, zij bevatten vele regels die rechtstreeks betrekking hebben op ons juridisch statuut van gedetineerde, en aldus als 'pseudo-wetgeving’ aanzien kunnen worden, maar de mededeling van omzendbrieven en circulaires aan ons, gedetineerden, meedelen, wordt met de voeten getreden.

Aan de directies van strafinrichtingen wordt wel ‘gevraagd‘ ons in te lichten over die circulaires , door de minister van justitie, en verder werd er ook gevraagd door de minister om aan ons, “bij opname in de strafinrichting een informatiebrochure te geven, die alle nuttige gegevens bevat“, en waarvan de tekst wordt aangepast in geval van wijziging van de onderrichtingen betreffende het regime. Maar directie bepaalt dus zelf welke informatie erin opgenomen wordt en welke informatie die ons onthouden wordt.

Dit heeft tot gevolg, dat het zwaartepunt van de penitentiaire regelgeving langzaam maar zeker verschuift, naar het precaire en duistere domein van de ‘psuedo –wetgeving’. Aldus ontsnappen fundamentele detentierechtelijke regels aan de normale waarborg op het gebied van totstandkoming en bekendmaking waardoor het principe van de “rule of law” dat een democratische rechtstaat kenmerkt, geweld wordt aangedaan .

Wat voor ons ook een heikel punt is, is het feit dat er in het PCB geen boeken van “buiten” mogen binnen gebracht worden, terwijl de Basiswet gevangeniswezen toch stelt dat volgens §1 ”de gedetineerde het recht heeft door bemiddeling van de gevangenis, voor eigen rekening, kranten, tijdschriften en andere publicaties te ontvangen, waarvan de verspreiding niet wettelijk of bij rechtelijke beslissing is verboden“, en dit is ook een gewaarborgd recht door artikel 10 van het EVRM.

Sinds kort kunnen wij als gedetineerden niet meer naar de gevangenisbibliotheek: deze is ‘gesloten’ om ‘veiligheidsredenen’.

In het verleden werden bepaalde boeken binnen de gevangenisbibliotheek niet eens aan ons “uitgeleend”, zoals de “Codex detentierecht”. Met welke reden werd dit recht tot inzage op cel van dit boek ons ontnomen?

Ook andere boeken zoals “Detentie- en gevangeniswezen” lagen enkel ter inzage in de bibliotheek, maar werden niet “uitgeleend“.
Hoe moesten wij, als gedetineerden op een bezoektijd van één uur aan de bibliotheek, dan kennis nemen van deze informatie?

Ook om niet nader gepreciseerde redenen mochten wij als gedetineerden volgens het regime circulaire van 5 maart 1975 in onze cel slechts maximaal over een tiental boeken beschikken.
Wij vragen dan ook om een grondige herziening en een wettelijke bepaling, om ons recht op informatie grondig te waarborgen.


De geïnterneerden:
Hoewel geïnterneerden niet thuishoren in de gevangenis, maar dienen opgevangen te worden in gespecialiseerde psychiatrische opvangcentra’s, is de toestand van deze mensen schrijnend te noemen.

Sommige geïnterneerden, die hier verblijven op sectie 53 A, zitten soms al meer dan 8 jaar in de gevangenis. Zij verschijnen om de 6 maanden voor de CBM, worden uitgesteld, omdat bijna geen enkele psychiatrie geïnterneerden aanvaard, en de CBM gaat enkel af op de verslagen van de PSD…

Alhoewel recentelijk een nieuw wetsvoorstel is ingediend, vragen wij om een dringende aanpak voor de problematiek van deze mensen.
Meer bepaald omdat het gevangenispersoneel niet opgeleid is, voor geïnterneerden die in een crisis belanden, hetgeen er dan weer in resulteert dat zij worden opgesloten in een strafcel, of erger nog vastgebonden worden opgesloten in het “cachot”.

Het medisch personeel hanteert dan weer de praktijk door hen allerlei verslavende kalmeer– of slaapmedicatie te doen slikken , om hen geestelijk helemaal “lam” te maken . Dit ervaren wij dan weer als een grove schending van de mensenrechten, en is op zijn minst strijdig te noemen met de medische ethiek .

De Belgische situatie waarbij de geïnterneerden gevangen gehouden worden in de gevangenis en niet in een therapeutische entiteit worden ondergebracht is in strijd met art.3 van het EVRM.

Momenteel verblijven er ongeveer 467 geïnterneerden in de Vlaamse gevangenissen waarvan er 93 (of 20%) zelfs te kampen hebben met een verstandelijke handicap. 15 % van de geïnterneerden vertoont ook nog eens suïcidale neigingen.

Menige internationale aanbeveling schrijft een onverwijld psychisch/medisch screenen voor (European Prisoners Rules 1987, art.29; the CPT Standards 2004, nr.57 tot 59, onder het item “Suicide Prevention”).

De praktijk in België wijst uit dat tegen de internationale regelgeving voortdurend wordt gezondigd. Onlangs nog presenteerde de Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij de beroepsinstantie voor de invloedssfeer van de geïnterneerden te houden .

Op sectie 53 A is ons een geval bekend waarbij een geïnterneerde dikke handschoenen werden aangeknoopt die zij dag en nacht moest dragen. Ons lijkt het ook mensonwaardig om geïnterneerden meerdere dagen en nachten vast te riemen in het cachot, waar zij al liggend moeten eten, hun behoefte doen en dergelijke.

Dit is in strijd blijkens art.3 EVRM omtrent de verplichtingen op de gevangenisautoriteit om de gezondheid en het welzijn van geïnterneerden/gedetineerden te beschermen . Art.3 EVRM garandeert daarnaast het recht in hoofde van geïnterneerden/gedetineerden op een effectief onderzoek van geloofswaardige aantijgingen inzake mishandeling, en dit onderzoek moet leiden tot de identificatie en bestraffing van de verantwoordelijken voor dergelijke handelingen.

Het uitzichtloze behouden v/d geïnterneerden, opgesloten tussen gedetineerden in de gevangenis verstoken van iedere therapie en behandeling, als ook de afwezigheid van een onmiddellijke psychologisch en psychiatrisch screenen en de huidige wederopsluitingsprocedure (art.21), en het onbestaande beklagrecht is niet in overeenstemming met de zorgsector van het EVRM.

De CBM, psychiaters, mensen uit de zorgsector zouden zich beter in conclaaf terugtrekken en wachten tot er een conforme EVRM wettekst is gemaakt.

Bovendien beschikt het PCB over slechts 1 psychiater, die instaat voor de zorg/opvolging van gans sectie 53 A (waarbij diezelfde psychiater maar al te dikwijls afwezig is, zoals in de zomer van 2005, toen was er gedurende 2 maanden gewoon géén psychiater...) Dit doet toch op zijn minst vragen rijzen?

Problemen met wachttijden voor een solo –cel
Sectie’s 54 A en 54 B zijn sectie’s voor langgestraften, dus voor mensen die al een veroordeling hebben. De meeste hebben celstraffen die de 5, 10 of 20 jaar te boven gaan. Het spreekt voor zich dat, als men zulke lange straf moet uitzitten, deze mensen kiezen voor een solo–cel.

Een probleem… want zowel op sectie 54 A en 54 B zijn slechts 14 solo–cellen beschikbaar terwijl per sectie 28 mensen opgesloten zitten.

Men wordt dus verplicht om op duo te gaan zitten, en men heeft dan dikwijls niet de keuze wie er als persoon in cel wordt bijgestoken.

Dit creëert spanningen en problemen, want je moet je op de “wachtlijst“ zetten om een solo-cel te krijgen, wat soms maanden kan aanslepen, vooraleer er een solo-cel beschikbaar is.
Daardoor worden wij dan soms ook nog geconfronteerd met het feit, dat men drugsverslaafden binnen brengt, die dan in je nabijheid afkicken, wat allerminst prettig te noemen is.

Ook is het al voorgevallen dat een geïnterneerde van sectie 53A naar boven wordt verplaatst, wat al helemaal niet kan, dit is dus de vermenging van geïnterneerden met gedetineerden.

Ook mensen in voorhechtenis worden dikwijls op secties 53 A en 54 B geplaatst, terwijl de sectie van de voorgehechten sectie 53B is.
Bovendien is het regime op sectie 53A en 53 B niet te vergelijken met het regime van de langgestraften.

De directie benut als tuchtsanctie soms een langgestrafte op sectie 53B te zetten, tussen de mensen in voorhechtenis, met als gevolg dat deze mensen gewoon niet meer van cel komen aangezien zij niet wensen geconfronteerd te worden met de drukte, spanningen, en het komen en gaan van voorhechtenissen, die in vrijheid worden gesteld. Wij vragen dan ook om aan deze problematiek een einde te maken en te voorzien in voldoende solo-cellen .


Voeding:
Eén van de grootste problemen, die nochtans de gezondheid van ons allen, gedetineerden, aangaat, is de voeding die we hier krijgen.
Het middagmaal bestaat uit groenten, die meestal volledig plat gekookt zijn, zodat de voedingswaarde volledig verloren is.
Vitaminen en mineralen bevatten deze groenten niet meer .
Het middagmaal is éénzijdig, wat inhoudt dat wekelijks hetzelfde geserveerd wordt.

Het vlees is ofwel te doorbakken, ofwel gewoon half gebakken, ofwel zo taai, dat je er iemand mee het hoofd kan inslaan. Het vlees dat wordt geserveerd, is ook bijna iedere week hetzelfde.

De sauzen worden aangedikt, en eigenlijk walgt iedereen van het uitzicht en de kwaliteit van de voeding. Het middagmaal wordt trouwens geleverd in karren, die het voedsel warm moeten houden .
Desserten die worden geserveerd zijn meestal twee dagen nadien vervallen. Fruit wordt veel te weinig gegeven.

Met het middagmaal gebeuren nog andere rariteiten: op sectie 54B had gedetineerde X een worm in haar visfilet, op sectie 52B zaten er slakken tussen de salade, twee weken geleden waren de appels op sectie 54 A van binnen rot enz.

Het recht op degelijke voeding is een mensenrecht . Ook is het onlangs gebeurt, dat wij twee dagen achter elkaar geen groenten kregen. Er is mogelijkheid om zelf te koken, en voedingswaren aan te kopen op de kantinelijst, doch de prijzen zijn veel te hoog, en het aanbod van groenten is te beperkt.

De charcuteriekantine is bovendien ook nog afgeschaft, omdat het PCB niet over de nodige koeltechnieken beschikt, en er is sprake om een deel van de patisserie kantine ook af te schaffen.

Op de kantinelijst staan ook geen noten of zaden, en voor de vegetariërs/veganisten is dit helemaal een ramp. Men voorziet een aanpassing van voeding voor moslims, maar vegetariërs hebben geen vleesvervangers en tevens wordt er geen aangepast dieet aangeboden.

Recentelijk werd er op de kantinelijst muesli en enkele sojaproducten bijgezet, doch deze werden twee weken niet geleverd. Waarom is ons niet duidelijk. Wij hopen dat er degelijk werk wordt gemaakt van de voeding, zowel voor de vleeseters, als voor de niet vleeseters.

Het is niet omdat wij van onze vrijheid zijn beroofd, dat wij geen recht hebben op degelijke voeding, die nodig is om een “gezond bestaan “ in ere te houden.

De UN Standard Minimum Rules 1955 onderstreept de stelling, “dat alle gevangenis accommodatie moet voldoen aan alle gezondheidsvoorwaarden”. Mogelijk is het gebrek aan gezonde voeding een schending van artikel 3 van het EVRM.
Wij hebben als gedetineerden volgens de Basiswet het recht om klachten in te dienen hieromtrent, dit wordt geregeld in titel 8 van de basiswet. Artikel 42 van de Basiswet stelt ook dat er voldoende voedsel moet zijn maar dat dit voedsel tevens aangepast moet zijn, aan de gezondheidstoestand van de gedetineerde.

De PSD’s of Psychosociale Diensten
Het hekelpunt van iedereen ! Sectie 33A (de mannenafdeling) heeft er al een collectieve klacht voor ingediend die in het Staatsblad is verschenen, maar hier op de vrouwenafdeling is het al niet beter.

De PSD-poppemiekes, die ofwel “ziek” zijn of op “verlof “ zijn… er kunnen boeken over geschreven worden. Zij staan in voor een “professioneel” verslag over ons, maar wij vragen ons terecht af, of zij ooit wel psychologie bestudeert of gestudeerd hebben.

Zij kijken ons vanuit de hoogte aan, en maken verslagen op aan de hand v/d observatieverslagen die door beambten op sectie worden opgesteld, terwijl wij de PSD nooit zelf op sectie zien.

Sommige ‘presteren’ het om een verslag van 3 jaar geleden te gebruiken als “professioneel” verslag.

Als men vragen indient voor verlof of uitgangspermissies volgt steevast het antwoord ”Brussel”, alles wordt altijd op Brussel (de D.I.G.) afgeschoven. Het is de PSD die nochtans voor 99% verantwoordelijk is (omdat ze weer “ziek of op “verlof” waren) voor het feit dat mensen worden uitgesteld op personeelscolleges en dat omdat “de papieren niet in orde waren” en dergelijke.

Voor 100 vrouwen zijn er hier ook maar 2 PSD’s beschikbaar. Wij vragen een grondige doorlichting v/d PSD’s en meer professionele mensen. Hetgeen waar wij nu mee opgezadeld zitten van PSD’s, daar hebben wij geen boodschap aan. Wij stellen voor dat zij eerst gaan studeren, alvorens over ons verslagen te maken.

En de koele “Übermensch”-houding bevalt ons evenmin. Zij hebben te veel macht, en weten altijd alles beter.


Tuchtrapporten:
Alhoewel de regels qua tuchtprocedures recent eerlijk veranderd zijn (men mag enkel een tucht schrijven als men gevaar voor zichzelf of anderen is) wordt dit toch nog met voeten getreden.

Wij mogen bij een tuchtsanctie nu een advocaat waarschuwen. MAAR… De directie misbruikt ook hier haar macht, door te zeggen “dat ze wel ‘achterpoortjes’ vinden”. Dit kan dus niet.!

In het verleden werden tuchtrapporten bij de vleet geschreven, zette men mensen tot een maand op strikt, en leek het hier op een kindertuin i.p.v. volwassen mensen ondereen .

Wij eisen dat directie zich houdt aan de nieuwe regels die rond tuchtprocedures zijn vastgelegd. In het verleden werden zelfs zwangere vrouwen in de strafcel opgesloten en werd een moeder drie dagen van haar kind gescheiden. Wansmakelijk!


Medische verzorging:
Ondanks dat het PCB over een medisch centrum beschikt, en er een dokter voorzien is voor de vrouwenafdeling, laat de medische verzorging hier op veel vlakken te wensen over en wordt een te veelvoudig bezoek aan de dokter aanzien als “aanstellerij “ en wordt er zelfs gedreigd met “tuchtsancties”.

Enkele voorbeelden: in april 2005 stierf een medegedetineerde ten gevolgen van een CVA (hersenbloeding). Al lange tijd klaagde zij over extreme vermoeidheid en hoofdpijn. De dokter deelde haar mee, dat als ze nog 1 keer op dokterbezoek kwam, ze een tuchtsanctie kreeg. Vier dagen later stierf ze, in het werkhuis. De familie noemde dit een doofpot-schandaal.

In de zomer van 2003 stierf een andere medegedetineerde aan een hartaanval. Zij was nochtans hartpatiënte en klaagde al enkele dagen over pijn in haar arm, die uitstraalde. De dokter deed niets, en ze werd dood aangetroffen in haar bed, op sectie 53A.

In één geval werd de medische verzorging afgedwongen door een advocaat, omdat er geen gevolg werd gegeven aan de papieren van de arts ”buiten “ die al meer dan 1 maand in het bezit waren van de arts op de vrouwenafdeling.

De meesten onder ons die naar de dokter gaan wegens pijn in het hoofd e.d. moeten van de dokter naar de “wandeling “ gaan - daar zou dan wel alles mee opgelost raken...

In 2002 stierf de man van een medegedetineerde omdat men de wonde t.g.v. een operatie voor keelkanker niet verzorgd had. De man lag op het Medisch Centrum en werd vlug, vlug, vlug vrijgelaten… Twee weken daarna stierf hij. De gevangenis moest de begrafenis niet meer betalen.

De lijst met medische nalatigheden en gebrekkige verzorging kan blijven doorgaan... Medicatie wordt dikwijls ook verwisseld. Het gebeurt regelmatig dat de buurvrouw jouw medicatie krijgt en omgekeerd…

Volgens de Memorie van Toelichting en het Voorstel van de Basiswet “is de rechtspositionele benadering de eerste krachtlijn van de basiswet, op een gezondheidszorg die kwalitatief evenwaardig is met deze die aan mensen buiten de gevangenismuren ter beschikking gesteld wordt“. Dit wordt verwoordt in artikel 88 van de Basiswet.

Het Mensenrechtencomité geeft in artikel 10 (3) BUPO ook zijn bezorgdheid aan over lamentabele gezondheidstoestanden in gevangenissen. De UN Medical Ethics principles 1982 ondersteunen dezelfde principes. De inhoudelijke invulling van het gezondheidscriterium is echter beperkt. Met name het niet toedienen van medische zorg kan een schending van art.3 EVRM betekenen.

Uit de Basiswet kan afgeleid worden dat patiëntenrechten ook van toepassing zijn op ons.

Helaas wordt er meteen een voorbehoud gemaakt inzake het recht op informatie: ”Volgens artikel 92§2 kunnen wij geen enkel afschrift krijgen van ons patiëntendossier.”


Intern bezoek:
De regelingen over onze interne bezoeken (gedetineerde met gedetineerde). Deze staan op zeer losse schroeven… Volgens de directie heeft men recht als men kan bewijzen (schriftelijk) dat men een gedetineerde al 6 maanden als schriftelijke relatie kent dat het intern bezoek wordt toegestaan (automatisch). Maar dit gebeurt niet, in de meeste gevallen moeten wij nog eens 6 maanden wachten vooraleer wij ons intern bezoek krijgen. Wij stellen vast dat hier geen enkele regel of richtlijn omtrent bestaat.

Het zou dus meer dan wenselijk zijn dat een duidelijke regel omtrent het intern bezoek wordt vastgelegd in het gevangenisreglement.

En het gaat nog verder. Gedetineerden die met elkaar wensen te huwen, worden maar al te dikwijls tegengewerkt vanuit directie (met Tyssebaert op kop). Tyssebaert weigerde zelf om de ambtenaar van de burgerlijke stand binnen te laten om 2 gedetineerden te huwen...

Tenslotte de wet Dupont… die bij het personeel zelfs niet geheel bekend is.

Als penitentiaire beambten zelf niets weten van het reilen en zeilen in het instituut waar ze tewerkgesteld zijn, hoe kan er dan met ons, gedetineerden, sprake zijn van een mens–mens samenwerking in de positieve zin?

Wij hopen dat onze klachten gehoord worden, en dat er daadwerkelijk naar oplossingen gezocht wordt, opdat de sfeer binnen het penitentiaire beleid een positieve wending krijgt .

De vrouwen van secties 54A, 54B, 52B, 53A en 53B.

Gepost door: Yves | 23-06-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.