23-12-10

Le réseau Zandvoort et les abus sexuels dans des crèches d'Amsterdam

cdKinderporno.jpgMarcel Vervloesem, fondateur du Werkgroep Morkhoven, parlait en début 2001 d’un témoignage selon lequel des enfants d’une crèche sont drogués et exploités à l’industrie du "bébé porno" dans le studio du 111 Admiraal De Ruyterweg, à Amsterdam. Dix ans plus tard, à la veille de 2011, on apprend que 64 bébés ont été abusés pour l’industrie du « bébé porno », au 74 Admiraal De Ruyterweg.

Robert Jan Warmerdam est un transsexuel hollandais de 27 ans, actif dans le milieu sadomasochiste depuis quinze ans, donc depuis qu’il est âgé de 12 ans. Il a connu Robbie Van Der Plancken, un enfant de l'institut de Mol en Belgique, exporté en Hollande pour être prostitué, également à l’âge de 12 ans, qui a mené l’ONG Morkhoven au réseau pédocriminel Zandvoort.

Tous deux fréquentaient le "G-force", un bar d’Amsterdam, dont Warmerdam désigne Edward John Mullaney, un citoyen américain, en tant que propriétaire. L’enquête hollandaise ne se cantonnera à la propriétaire du bâtiment (non pas du club) et l’employée, mais pas du locataire. Mullaney faisait partie tous les cercles actifs à la production de pédopornographie, à commencer par Temse/Madeira, via la firme Adonis et Norbert De Rijck. Il avait également fait part du cercle Spartacus, via la firme Korper & Korver B.V et faisait toujours part de l’ex-cercle Zandvoort, via Alex Kreuner et Karel van Maasdam, alias « Alex privé ».

Le plus célèbre des clients du G-Force aurait été Marc Dutroux, à en croire Warmerdam, également prostitué, avant de devenir trafiquant d’enfants. Un autre, moins célèbre mais plus illustre, serait l’ex chef de la police d’Amsterdam, qui se déguisait en femme pour ses randonnées au club sadomasochiste. Toutefois, sa description ne correspondait pas à la réalité, selon l’enquête hollandaise, ce qui pourrait s’expliquer, si l’officier venait à son travail en grosses godasses de service, plutôt qu’en bas résille et souliers à hauts tallons.

Warmerdam parle du studio de production de film sadomasochiste situé au n° 111 Admiraal De Ruyterweg, dont les activités étaient alliées à celle du n° 523 de la même rue, selon lui. Didier Pellerin, alias « Maîtresse Roxanne », est alors locataire des studios "Rox", domiciliés au 111 Admiraal De Ruyterweg et il emploie Marlene Decokere, la deuxième femme de Nihoul, qui dirigeait le cercle Dutroux. 

Procès Verbal n° 3257/01 de la Police Fédérale - SJA - Cellule "Enlèvements'' Neufchâteau

zandvoort_viols_bebe_creche_2.gif

zandvoort_viols_bebe_creche_b.gif

 

http://droitfondamental.eu/001-PV_bebe_porno_zandvoort_20...


 

18-12-10

Het 'monster van Riga' en de kinderpornozaak Zandvoort

JohanHendrikRichardvanOlffen.jpgNederlandse kamerleden willen strafrechterlijk onderzoek naar pedofilievereniging Martijn

De nederlandse kamerleden eisen een onderzoek naar de pedofielenvereniging Martijn in Nederland omwille van haar contacten met de babysitter die zich schuldig maakte aan misbruik van tientallen peuters en baby's.

Martijn staat rechtstreeks in verband met de ophefmakende kinderpornozaak Zandvoort en ook met het Temse-Madeira dossier en nog andere grote pedo-zaken waaronder Coral en Cathedral in Frankrijk.

Martijn kwam immers voor op een lijst met tal van belangrijke personen en organisaties, die in beslag genomen werd gedurende een huiszoeking bij de belg Norbert de Rijck in Temse. Deze werd uitgevoerd door de Rijkswacht van Beveren in België, in opdracht van de Onderzoeksrechter uit Dendermonde. In het proces-verbaal vermeldde de Rijkswacht aan de Onderzoeksrechter dat de gevonden lijst 'niet belangrijk' was. Dus werd er geen onderzoek naar kindermisbruiken gevoerd.

De Werkgroep Morkhoven die de lijst wél onderzocht, ontdekte de pedozaak Temse-Madeira.

 

Marcel Vervloesem van de vzw Werkgroep Morkhoven diepte het gevonden spoor verder uit, wat resulteerde in het oprollen van het netwerk Temse-Madeira, waarin personen uit België, Nederland, Portugal en Engeland betrokken bleken te zijn. Er volgden tal van arrestaties. Bij de processen die volgden, werden de daders veroordeeld.

 

Het onderzoek brachten Vervloesem en de Werkgroep Morkhoven in 1998, op het spoor van de nu bekende Zandvoort-zaak. Morkhoven-onderzoeker Vervloesem vond opnieuw een verband met de Nederlandse pedofielenvereniging Martijn. Zo bleken een reeks van kinderpornobeelden uit het Zandvoort-dossier identiek te zijn aan foto's die in het tijdschrift van Martijn afgedrukt stonden. Vervolgens bleek dat deze kinderpornografische beelden gedeeltelijk door een zekere J.M. Villaume in Frankrijk waren gemaakt, die op zijn beurt zowel betrokken was bij het pedofilie-schandaal Cathedral als het daarmee verbonden grote pedofilie-schandaal Coral in Frankrijk. Tussen de fotografische opnamen was ook de fotogalerij van Harry Turné uit Duitsland te vinden die pedofiliefoto's onder de naam 'Pojkart' publiceerde. In de tijdschriften van Martijn stonden ook advertenties die betrekking hadden tot een pedo-zaak in het Belgische Berlaar waarin tal van jongeren werden misbruikt, 'Palestra' genaamd.  Heel wat foto's in deze zaak verschenen in het tijdschrift van Martijn.

 

Al  deze gegevens  met de desbetreffende bewijzen werden eertijds door Vervloesem aan de Bijzondere Opsporingsbrigade van de Rijkswacht in Geel, met name aan Adjudant Frans Tops, overgedragen. Maar de Turnhoutse Justitie deed niets met het materiaal.  De opgespoorde foto's werden zelfs gebruikt om de vinder ervan, Marcel Vervloesem, te kunnen vervolgen voor het 'bezit van kinderporno' zodat de kinderpornozaak Zandvoort kon worden dichtgedekt.


Vervloesem had hetzelfde bewijsmateriaal ook overgemaakt aan de Gerechtelijke Politie van Parijs, die in opdracht van de Parijse onderzoeksrechter Ringot met een rogatoire commissie naar Nederland en naar de Bijzondere Opsporingsbrigade van Geel was gekomen.

 

In de zaak Zandvoort kwamen eveneens beelden voor van baby's en peuters terwijl ze misbruikt werden. Het nederlandse televisieprogramma Nova maakte destijds een schokkende uitzending over  de Zandvoort-zaak waarbij ook een aantal beelden van gefolterde en misbruikte kleuters te zien waren.

 

Het voornoemde bewijsmateriaal bevindt zich nog steeds in het strafdossier van Marcel Vervloesem, onder het mom dat er tegen Vervloesem ook een onderzoek werd gevoerd voor 'het in het bezit hebben van kinderporno'.  

 

Na het 10 jaren durende media-proces waarbij men hem voortdurend een 'zelfverklaarde pedofielenjager' en 'kinderverkrachter' noemde, werd de Morkhovense onderzoeker opgesloten. Op die manier werd het netwerk Zandvoort dichtgedekt en de kindermisbruikers en kinderpornoproducenten konden ongestoord verder hun gang gaan.

 

Marcel Vervloesem kreeg reeds vanaf 2006 door de Justitie van Turnhout, een spreekverbod met de pers opgelegd.

Na twee jaar gefolterd te zijn in de gevangenissen van Turnhout en Brugge, werd hij enkele maanden geleden in voorlopige vrijheid gesteld op voorwaarde dat hij geen contact zou opnemen met de pers en met verenigingen die zich bezig houden met het opsporen en met de bestrijding van kinderpornonetwerken.

Vervloesem mag ook geen onderzoek meer voeren, noch het land verlaten om op internationale congressen over zijn onderzoek aangaande de internationale kinderpornonetwerken te spreken.

(Enkele jaren geleden wisten een aantal politici te verhinderen dat hij in de Belgische senaat over de kinderpornozaak Zandvoort kwam spreken)

 

Dat is een goede zaak voor de kindermisbruikers die zopas in Nederland wegens het misbruiken van peuters en het maken en verspreiden van kinderporno werden aangehouden.

 

Het is ook een goede zaak voor de pedofielenvereniging Martijn die niets hoeft te vrezen omdat al het onderzoeksmateriaal van Vervloesem, met de stilzwijgende goedkeuring van de Belgische justitieminister Stefaan De Clerck, in de kelders van de Belgische gerechtshoven is opgeborgen. Het is zelfs mogelijk dat al dit onderzoeksmateriaal, zoals met de cd-roms Zandvoort gebeurde, spoorloos verdween.